Spoor Noord

Van spooremplacement tot stadspark en -wijk

Spelers
Stadsbestuur Antwerpen, AG stadsplanning Antwerpen, AG Vespa, NMBS, Euroimmostar,  AP Hogeschool, Immpact, Seacoast invest, ZNA    
Diverse deelprojecten
park, stedelijke voorzieningen, private projectontwikkelingen

Bijkomende informatie

Manuel Verreet
AG VESPA
Generaal Lemanstraat 55 bus 4
2018 Antwerpen
manuel.verreet@vespa.antwerpen.be
    
Projectwebsite van de stad Antwerpen

Tijdslijn en sleutelmomenten

De uitgebreide tijdslijn van het project

Financiële kengetallen

De aanleg  van het park Spoor Noord wordt gefinancierd via:
  • Subsidies van het Federaal Grootstedenbeleid ten bedrage van  20.4 miljoen €
  • Subsidies van het Europese Doelstelling II programma ten bedrage van  13.4 miljoen €
  • Een toelage van de Stad Antwerpen, bovenop de 1/3 participatie in DII, van 3.6 miljoen €
  • Een financiering van de Artesis Hogeschool van 1.75 miljoen € , bijdrage voor de nieuwbouw sporthal in de Parkloods

Belangrijkste investeringen in park spoor noord (in euro)
  • Parkaanleg 15.000.000
  • Skatebowl 845.000
  • Speeltuinen 520.000
  • Watertuinen 1.700.000
  • Parkloods 16.000.000
  • Platform 2.600.000
  • Boemel 2.250.000
  • Watertorens 500.000
  • Tunnel Demerstraat 1.000.000
  • Parkbrug 1.500.000


    Onderhoud
    Het onderhoud wordt jaarlijks geraamd op 500.000 euro. Dat omvat het onderhoud van het gras, planten, bloemen en bomen maar
    ook de dagelijkse veegbeurten, ophaling van zwerfvuil en leeg maken van papiermanden. Preventief en repressief toezicht door
    stedelijke buurttoezichters, handhavers en het programmeren van activiteiten zijn daar niet in mee gerekend.

    Projectverloop

    1. Initiatiefase

    Het planproces voor de herontwikkeling van het spoorwegemplacement tot een nieuw stedelijke park is gestart naar aanleiding van een aantal belangrijke impulsen:
    • Het ganse terrein werd door een gewestplanwijziging bestemd als gebied voor stedelijke ontwikkeling waardoor de eigenaar gebonden was om een bijzonder plan van aanleg op te maken om het gebied definitief te bestemmen.
    • Stopzetting van de activiteiten van de NMBS en de ontruiming van de terreinen van het spoorwegemplacement vanaf 2000 Op dat ogenblik wordt onder de site een ingegraven HST lijn. aangelegd met een bovengrondse ventilatiekoker. De buurt reageert: in de dichtbebouwde wijk is nood aan een park!
    • De noodzaak voor een sociaal - economische en ruimtelijke herwaardering van de wijk Stuivenberg en Seefhoek
    • De mogelijkheid om een braakliggend terrein van 1.6 km lang en 150m breed in te zetten als een scharnier tussen de wijken Dam, Stuivenberg en Eilandje, waarbij de ontwikkeling van het terrein nieuwe impulsen en verbindingen kan realiseren tussen de verschillende stadswijken.
    • De selectie van Antwerpen Noord als aandachtgebied in het kader van het Federaal Grootstedenbeleid waardoor de Stad Antwerpen de mogelijkheid kreeg om subsidies aan te vragen in het kader van stadsontwikkeling.

    2. Onderzoeksfase

    De stad krijgt goedkeuring van subsidies van het federaal grootstedenbeleid. Het oude Damstation wordt geopend als informatiecentrum. Het planningsproces wordt in een startnota uitgestippeld. De stad start verschillende onderzoeken: intern ontwerpend onderzoek, een gis analyse van de buurt waaruit blijkt dat slechts 1 op de 8 huizen beschikt over een buitenruimte, een eerste financiële doorrekening…
    De krachtlijnen van dat denkwerk worden vastgelegd in een structuurschets. Alles wordt samengebracht in een consensusnota.

    Met de NMBS wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten: het
    document beschrijft het planningstraject en bepaalt dat 18 ha gesaneerdegrond voor één symbolische euro wordt overgedragen aan de stad terwijl de NMBS op de Kop Spoor Noord (6 ha) een gemengde stedelijke ontwikkeling van 192.000 m2 kan realiseren. De NMBS neemt de sanering van de gronden op zich.

    De subsidies bestemd voor de Park Spoor Noord worden beheerd door AG Antwerpen Nieuw Noord.

    3. Planuitwerkingsfase

    Dan start de zoektocht naar een ontwerper voor Park Spoor Noord. Er wordt een projectdefinitie geschreven voor een Open Oproep. Parallel met deze procedure wordt een doorgedreven participatietraject opgezet: burgers wegen mee op het besluitvormingsproces. Het winnende stedenbouwkundigontwerp is ‘Villages & Metropolis’ van
    Studio 02 (Secchi/Vigano) & Meertens en Steffens & Kromwijk & Iris Consulting.
    De stad maakt een BPA (deel1 en deel 2) op om het plan juridisch te onderbouwen en laat ook een kostprijsberekening maken door een extern bureau.

    4. Uitvoeringsfase

    Ontwikkeling Kop Spoor Noord

    De kop Spoor Noord is de zone tussen het Park Spoor Noord en de Leien en bestaat uit bouwpercelen (6 ha) ten noorden en ten zuiden van het Hardenvoortviaduct. Deze zone is  eigendom van de NMBS en bestemd voor een mix van woningen, openbare voorzieningen,  kantoren, horeca en handelszaken. De ontwikkeling van de kop van Spoor Noord maakt deel  uit van het Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) Spoor Noord, dat in 2005 werd goedgekeurd. De commerciële ontwikkeling van de kop was hierin een belangrijke voorwaarde om Park Spoor Noord te kunnen realiseren. De volledige parkzone van 18 ha werd toen immers voor een symbolische euro overgedragen aan de stad in ruil voor de commerciële ontwikkeling van de kop.

    Parktoren en Lichttoren

    De eerste realisatie op de Kop Spoor Noord was de 60 meter hoge kantoortoren Noordster. In 2010 nam de administratie der Douane en Accijnzen daar haar intrek. Begin 2012 begonnen projectontwikkelaars Immpact en BPI NV met de bouw van de Lichttoren, een woontoren naar een ontwerp van AWG Architecten (Bob Van Reeth). In de zomer van 2012 startte Immo Seacoast met de bouw van de Parktoren, een tweede woontoren op het einde van de De Pretstraat. Beide woontorens 
    werden in tussentijd opgeleverd en in gebruik genomen.    

    Campussen AP Hogeschool

    In augustus 2012 werd gestart met de bouw van de nieuwe Artesis Hogeschoolcampus (vandaag AP Hogeschool). Dit knap staaltje architectuur

    op de hoek van de Leien en de Ellermanstraat zal plaats bieden aan 3500 ​​studenten. Poponcini & Lootens en Jaspers-Eyers & partners architecten ontwierpen dit gebouw van 25 000 m². De campus bestaat uit verschillende gebouwen rond een centrale, groene patio. Campus Artesis wordt in septmeber 2015 in gebruik genomen. Een tweede campus van AP Hogeschool, campus Plantijn, wordt gebouwd tussen de Douanetoren en de Parktoren en biedt plaats aan 1200 studenten. Ook deze wordt september 2015 in gebruik genomen

    Ook de percelen ten noorden van het Hardenvoortviaduct kregen onlangs een nieuwe bestemming. Daar verrijst vanaf najaar 2015 het nieuwe centrumziekenhuis ZNA, dat in de loop van 2018 opent. Tussen het ziekenhuis en de skate- en BMX-bowl komen er nog twee woontorens. 


    Aanleg publiek domein

    Tussen de gebouwen aan de Ellermanstraat en het Hardenvoortviaduct wordt een groene parkhelling gebouwd die eindigt in een Parkbrug over de Leien. Tegen zomer 2015 zou de parkhelling af moeten zijn. Hierdoor komt er ongeveer één hectare open, groene ruimte bij. De Parkbrug over de Leien, de voetgangers- en fietsersbrug over de Leien, naar een ontwerp van Ney & Partners, wordt het sluitstuk van de werken en verbindt Spoor Noord met het Eilandje. De brug wordt geplaatst najaar 2015.    

    5. Beheersfase

    Het park wordt intensief gebruikt: er werd een beheerplan op maat van het project opgemaakt. Het beheerteam Spoor Noord waarin alle relevante stadsdiensten zetelen volgt het dagelijks beheer op.

    Evaluatie en Reflectie

    Elk complex project beweegt binnen zijn eigen context. Omgevingsfactoren en stakeholders verschillen van gebied tot gebied. Toch zijn er in de dynamiek van hoe stadsontwikkelingsprojecten evolueren, heel wat gelijkenissen.

    Het startschot van het tienjarig planproces van Park Spoor Noord was het verlaten van het spoorwegemplacement door de NMBS. Dat ging gepaard met veel ideeën bij bewoners en stedelijke diensten over het potentieel van dit gebied voor stadsontwikkeling. Het formele planproces ging van start met de opmaak van het subsidiedossier voor het federaal grootstedenbeleid en nadien ook voor het Europees Doelstelling II-programma, dat op haar beurt achtergestelde regio’s in de lidstaten er bovenop wil helpen. Het voordeel was tweeërlei. Dankzij deze subsidieprogramma’s kwam er budget voor zowel de werking als de uitvoering van de plannen. Meteen kon er personeel fulltime op dit project starten. Een primeur voor de stad Antwerpen dat voor dit soort werk tot dan toe onderbemand was. De regie van een groot stadsontwikkelingsproject lag in handen van de stad en gaf de stad meteen een sterke sturende positie. Op die manier kon het maatschappelijke belang van de projectontwikkeling doorwegen op particuliere belangen en opbrengsten. Het feit dat er meteen uitvoeringsbudget voorhanden was, gaf het projectteam voldoende slagkracht en geloofwaardigheid. Een tweede voordeel was de tijdsdruk van de subsidieprogramma’s. De deadline was strak. In het geval van eindeloos oponthoud en vertraging dreigde de stad het budget te moeten teruggeven. Reden genoeg dus voor doorgedreven actie voor alle partners. Het proces werd gestuurd vanuit structureel overleg en teruggekoppeld met zowel de beleidsmakers als de financierders.
    Het project Spoor Noord is in al die jaren dagelijks opgevolgd door een team dat, op ritme van het project, aangroeide en inkromp, met medewerkers vanuit verschillende disciplines en met diverse brillen. Ruimtelijke planners en (landschaps) architecten kregen aan hun zijde geografen, sociologen, communicatie-experts en cultuurkenners; in totaal een vijftiental mensen. Zij benaderden Spoor Noord als een maatschappelijk project dat meer was dan een puur ruimtelijke ingreep. Omwille van de gesubsidieerde werking was er ook financiële ruimte om met het wervend programma te experimenteren om zo een draagvlak te creëren voor de ruimtelijke veranderingen in de wijk wat een sterk socio-culturele en dynamische uitstraling gaf aan het project.
    Met de zekerheid van de beschikbare middelen is vanaf 2001 geïnvesteerd in een solide en breed gedragen visie. Het debat daarover is zeer grondig én multidisciplinair voorbereid. De verschillende herbestemmingscenario’s zijn onderzocht en vergeleken. De wetenschappelijke benadering van de behoeften aan groen en andere voorzieningen aan de hand van GIS-simulaties en financiële doorrekeningen legden exact de behoeften van deze buurt bloot. Na een ruim overleg, in eerste instantie binnen de stad en in tweede instantie met de NMBS/EIS en de federale partners, is expliciet gekozen om de hoogste nood, namelijk in dit geval groene en recreatieve open ruimte, au sérieux te nemen en daar maximaal op in te zetten. Het werd een scenario met minder economische return maar een groot maatschappelijk rendement. Deze keuze is te danken aan de degelijke argumentatie en een goed georganiseerd overleg waar het projectteam de tijd voor kreeg. Goed begonnen is half gewonnen. Dat is ook hier duidelijk gebleken.
    Dat parkbezoekers zich thuis voelen in Park Spoor Noord is ongetwijfeld mee het gevolg van het draagvlak dat er tijdens het planningsproces werd gecreëerd. Er werd veel geïnvesteerd in bewonersparticipatie. Vragen en bekommernissen uit de buurt zijn opgenomen in de plannen en de uiteindelijke inrichting. ‘Een groene, open ruimte die transparant is en verbindingen legt’ integreerde de bezorgdheid om veiligheid. De watertuinen waar veel mensen elkaar ontmoeten, kwamen er eveneens op vraag van buurtbewoners.
    Park Spoor Noord wordt veelvuldig gebruikt en bezocht door vooral kinderen, jongeren en gezinnen die allen talrijk aanwezig zijn in de omliggende wijken. Verschillende leeftijden, nationaliteiten en activiteiten vinden rustig naast elkaar een plaats in het park. Dat het ook als dusdanig gebruikt wordt, is een verdienste van het polyvalente karakter van het ontwerp waarin iedereen zijn eigen plek kan creëren.


    De open ruimte trekt buurtbewoners naar het park. De bijzondere infrastructuur van de skate- en BMX-bowl, het Platform met zijn zomerbar, speeltuin, watertuin en evenementen trekt ook de andere stadsbewoners aan. De parkloods die in 2011 in gebruik wordt genomen zal hier ook meer en meer een rol in spelen. De voorbereidingen, die met de opmaak van het beheerplan werden getroffen om dit nieuwe stuk publiek domein te onderhouden, worden verdergezet in een intensieve nazorg waarbij verschillende stedelijke diensten samenwerken om dagelijks garant te staan voor een proper, veilig en gezellig park.
    De omliggende wijken kenmerken zich door het feit dat het zeer dichtbebouwde en -bevolkte buurten zijn. Bovendien beschikken weinig woningen over privé-groen. Er wonen veel kinderen, jongeren, allochtonen en alleenstaanden en ook het aandeel werkzoekenden en het aandeel ocmw-steuntrekkers is er hoog. Ouderen en eigenaars-bewoners zijn minder vertegenwoordigd. Hoewel de indruk bestaat dat vastgoedprijzen stijgen in de omgeving van het park, is het niet mogelijk deze rechtstreeks toe te wijzen aan de komst van het park aangezien vastgoedprijzen in zijn geheel in de stad en in Vlaanderen zijn blijven stijgen de afgelopen jaren.
    Het grote verloop van de inwoners in de buurten bemoeilijkt een goede sociale samenhang en een mentaliteit van zorgzaamheid bij de eigen leefomgeving.
    Maar liefst meer dan 30.000 mensen wonen vandaag binnen bereik van een park op een afstand van achthonderd meter. Dat verhoogt samen met andere voorzieningen de woon- en leefkwaliteit in deze wijken en maakt het een interessante aantrekkingspool voor bestaande en nieuwe bewoners. Bovendien kan het verminderde aantal leegstaande panden en het toenemende aantal verbouwingen inspirerend werken en een positief effect teweegbrengen.
    De kapitaalkracht (bij huidige of nieuwe bewoners) neemt nog niet toe in de buurten. Dat blijkt uit de kansarmoede-index die in 2010 nog niet gedaald is ten opzichte van 2001. Sociale verdringing van de huidige bewoners is dus zeker nog niet aan de orde. De aantrekking van bewoners met meer (sociaal) kapitaal zou echter een hefboom kunnen zijn voor de wijk en mee vermijden dat deze wijken concentratiebuurten van kansarmoede blijven. Niettemin is Park Spoor Noord slechts een element in de opwaardering van de wijk, die zich maar kan voltrekken in combinatie met andere keuzes die voor het projectgebied worden gemaakt.
    Voorzieningen op vlak van dienstverlening die inspelen op de behoeften van de bewoners zijn daarin belangrijk zoals onderwijs, kinderopvang en een sport- en cultuuraanbod. Ook lokale handelszaken en commerciële dienstverlening (zoals bankautomaten of een postkantoor) zijn belangrijk voor een wijk zoals de Damwijk, waar de afgelopen twintig jaar de kleinhandel is verdwenen.
    De komst van de Artesis Hogeschool zal nog een ander publiek met andere behoeften naar deze omgeving trekken. Drieduizend studenten die het park mee gebruiken en doorkruisen om gebruik te maken van de sporthal in de Parkloods zullen ook de nodige beheersvraagstukken met zich meebrengen.
    De nog te ontwikkelen percelen op de kop zorgen in de toekomst ook voor een actieve invulling van wat momenteel desolate, braakliggende stukken grond zijn.
    Als sluitstuk van de afwikkeling van de ontwikkelingen op de kop wordt het fiets- en wandelpad vanuit het park doorgetrokken naar het Eilandje en is op die manier de fietsverbinding met de rest van de stad volledig.
    Het opzet om een tuin voor de buurt en een park voor de stad te zijn, is zeker geslaagd. Hopelijk kan het een inspiratiebron zijn voor andere steden en gemeenten!

    Publicaties en presentaties

    Park Spoor Noord “Van idee tot park” - bestellen bij AG Stadsplanning, 10€
    Spoor Noord “Een stedelijk park in zicht” - bestellen bij AG Stadsplanning, 5€
    Link naar de nieuwsbrieven over het project (onderaan te downloaden bij ‘Publicaties’).


    © Copyright 2018 IV Kenniscentrum Vlaamse Steden – Bischoffsheimlaan 1-8 – 1000 Brussel – info@complexestadsprojecten.be | Sitemap