Triptiek

Van problematische plekken tot ‘stadslobby’

Spelers
stadsbestuur Oostende, AGSO, Provincie West-Vlaanderen, projectonwikkelaar
Deelprojecten
Drie deelprojecten

Bijkomende informatie

Karel Vanackere
AG Stadsvernieuwing Oostende (AGSO)
Directeur, proces- en projectregie
Gistelsesteenweg 1C
8400 Oostende
Tel +32 (0)59 51 71 73
karel.agso@skynet.be

Projectwebsites

Projectsites stad Oostende:

Feest- en Cultuurpaleis
Postgebouw
Nieuw Helmond

Private partners
ING Real Estate Development Holding Belgium, Kunstlaan 46, 1000 Brussel (Luc Plasmans)

Wilma Project Development N.V., De Keyserlei 5 - bus 29, 2018 Antwerpen (Frank Adriaensen)

Tijdslijn en sleutelmomenten

 Nog niet beschikbaar

Financiële kengetallen

 
Privaat ​Publiek ​Totaal

Van Iseghemlaan

€ ​17.315.000

​€ 3.276.000

​€ 20.590.000

Feest- en Cultuurpaleis

​€ 12.477.000 ​€ 4.013.000 ​€ 16.490.000
Subsidie stadsvernieuwingsfonds ​€ 3.000.000

Projectverloop

1. Initiatiefase

In het kader van een ambitieus lange termijn stedelijk vernieuwingsproject volgt het Triptiek-project na de renovatie van het Kursaal en de nieuwe parking onder het Monacoplein. Het leegstaande Postgebouw, het uitgeleefde en inefficiënte Feest- en Kultuurpaleis en de problematische krotopruiming langs de Van Iseghemlaan zijn evenveel concrete hangijzers die in het vuur worden gelegd om er een samenhangend project van te smeden.
Het Autonoom Gemeentebedrijf Stadsvernieuwing Oostende (AGSO) voegt deze aanleidingen samen tot een PPS-project. Als samenspel van drie deelprojecten, verspreid over het historische centrum, moet Triptiek de ambitie belichamen om stadsprojecten als strategische chirurgische ingrepen te laten bijdragen tot de versterking van stedelijkheid, zoals voorzien in het ruimtelijk structuurplan.

2. Onderzoeksfase

Van de drie deelprojecten wordt verwacht zowel door locatie als door programma aanzetten te leveren tot een ‘stadslobby’, waarin zowel bewoners als bezoekers en toeristen meerwaarden vinden op het vlak van wonen, cultuur en recreatie. Dit vergt onderzoek. Dat gebeurt in eerste instantie door het over elkaar heen leggen van het Strategisch Comerrcieel plan (1997; Mercuriusproject), de startnota van het GRS Oostende (2002) en het Mobiliteitsplan Stad Oostende (2002). Dit brengt enorme potenties aan het licht met betrekking tot het verruimen van het commercieel centrum, het integreren van stadsdelen en de structurele verbetering van multifunctionaliteit, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Deze visie-elementen moeten geconcretiseerd
worden in een samenhangd opzet van meerdere stadsprojecten waarrond Oostende Werft het stadsdebat organiseert. Triptiek moet daarin een sleutelrol spelen. Cruciaal is het onderzoek naar de manier waarop de drie deelprojecten elkaar kunnen ondersteunen en op welke manier ze gegarandeerd in samenhang gerealiseerd zullen worden. Door het combineren van lucratieve en minder lucratieve ingrepen kunnen de ontwikkelingsperspectieven optimaal benut. De daartoe uitgewerkte voorwaarden zijn terug te vinden in het bestek voor de wedstrijd voor projectontwikkelaars. Een goed gestoffeerd participatief programma ondersteunt het hele project (zie subsidieaanvraag stadsvernieuwingsproject).

3. Planuitwerkingsfase

De uitwerking van de plannen gebeurt voor twee van de drie deelprojecten  in overeenstemming met de offerte (conceptnota) van THV ING Real Estate en Wilma Project Development.
De herwaardering van het ex-Postgebouw verloopt minder rechtlijnig. Door wijzigingen in ambities en beheer van het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst wordt beslist om er de museale functie te
concentreren en het postgebouw de bestemming van Kunstencentrum (cultuurfabriek) te geven. Om die doelstelling vorm te geven wordt een nieuwe architectuurwedstrijd uitgeschreven, waarvoor B-Architecten laureaat wordt met een ontwerp dat het gebouw transformeert tot publieke ruimte.

4. Uitvoeringsfase

Om Nieuw Hellemond te kunnen realiseren onteigent het Stadsbestuur twee, deels afgebroken en verloederde, bouwblokken. Het nieuwe gebouw moet minstens één verdieping boven de grond gerealiseerd zijn alvorens de private partner toelating krijgt om het Feest- en Kultuurpaleis te beginnen verbouwen. Vermits dit laatse eigendom is
van de stad Oostende stellen zich geen problemen bij de overdracht. Hetzelfde geldt voor het ex-Postgebouw, waarvan de bescherming (1981) uiteraard tot specifieke bijkomende voorzorgsmaatregelen noopt.

5. Beheersfase

Nieuw Helmond en Feest- en Kultuurpaleis worden door de private partner beheerd. Beheer van het deel rotatieparking onder Nieuw Helmond gebeurt door Vinci.
De post is in gebruik genomen als cultuurfabriek​ eind 2012 en in de loop van 2013 zijn nog een aantal verdere afwerkingen gebeurd. Het cultuurcentrum is volop in uitbating en kent een boeiende programmatie aangestuurd door een dynamische ploeg

Evaluatie en Reflectie

Uit de offertes voor het Triptiekproject bleek dat geen enkele van de kandidaat private partners een financieel haalbaar voorstel voor de reconversie van het postgebouw kon voorleggen. De geselecteerde private partner had binnen het beschikbaar gestelde budget voor het Postgebouw enkel een haalbaarheidsonderzoek ingeschreven. Ontwerpend, technisch, constructief en financieel onderzoek zou uitwijzen of het postgebouw geschikt is voor het opnemen van het culturele programma van het voormalig Feest- en Cultuurpaleis (cultureel centrum en stedelijk museum) en hoe dit vervolgens te financieren en te realiseren is.
Toen uit het haalbaarheidsonderzoek van de private partner bleek dat het Postgebouw omwille van de van de van potentieel conflicterende werking niet geschikt is voor het huisvesten van beide culturele programma’s , besloot het stadsbestuur enkel het cultuurcentrum in de Post onder te brengen en het Postgebouw uit de enveloppe van de projectontwikkelaar te halen. De stad  kocht  het gebouw in 2006 aan mede met subsidies van het stadsvernieuwingsfonds. Kort daarop werd met de opening van Nieuw Helmond en het Feest- en Cultuurpaleis de PPS Triptiek afgestoten.
Gevolg gevend aan de aanbevelingen van de jury die de projecten voor het bekomen van subsidies via het stadsvernieuwingsfonds beoordeelt, werd vervolgens  een architectuurwedstrijd georganiseerd voor de restauratie en de reconversie van het postgebouw tot kunst- en cultuurcentrum.
Na evaluatie van de kandidaten werden de B-architecten in september 2007 als ontwerpteam aangesteld en budgetteerde de stad de nodige middelen voor de realisatie van dit het project.
De exit van het Postgebouw uit de PPS-constructie roept vragen op over de doelstellingen van een PPS. De kern van de PPS-gedachte met name het samenbrengen van publieke en private (financiële) middelen op een manier ‘dat het geheel meer is dan de som van de delen’ of dat er meer gedaan kan worden met minder centen is immers slechts gedeeltelijk geslaagd. Nieuw Helmond kon na jaren van immobilisme nu wel gerealiseerd worden maar de effectieve restauratie en reconversie van het Postgebouw bleef buitenspel. Misschien was de koppeling met een onzeker cultureel programma in een monumentaal gebouw te hoog gegrepen. Er zijn inderdaad verzachtende omstandigheden: aan de publieke zijde was er geen eensgezindheid wat betreft programma of locatie en bovendien was het gebouw nog eigendom van de Post.
Het heeft de stad echter de kans geboden om met steun van het stadsvernieuwingsfonds het postgebouw te verwerven en resoluut te kiezen voor andere ontwerpers. In die optiek is de budgettering van het Triptiekproject niet ten volle gelukt maar werd de programmatische opzet en vooral de doelstelling om architecturale kwaliteit te creëren, aangescherpt.

Publicaties en presentaties

© Copyright 2018 IV Kenniscentrum Vlaamse Steden – Bischoffsheimlaan 1-8 – 1000 Brussel – info@complexestadsprojecten.be | Sitemap